Schoenmakers

Naast smeden heeft de familie Van Meerkerk ook veel schoenmakers voortgebracht. De overeenkomst is wellicht dat je in beide beroepen eigen baas bent en niet veel hoeft samen te werken. En in beide gevallen maak je in een werkplaats producten met je handen met o.a. een hamer: schoenmakers maakten (produceerden) ook schoenen voordat dit grotendeels door schoenfabrieken werd overgenomen.

 

De eerste Van Meerkerk waarvan we vermoeden dat hij schoenmaker was, was Hermanus van Meerkerk (1749-1812), die was geboren in Leerbroek en naar Streefkerk verhuisde.

De reden dat we dit vermoeden is dat twee van zijn zonen ook schoenmaker waren in Streefkerk. Dit waren Goverd van Meerkerk (1777-1831) en Jan Hermans van Meerkerk (1788-1837).

 

Goverd heeft in elke na hem komende generatie een op meerdere nakomelingen gehad die ook in het schoenenvak gingen: via Hermanus (1814-1898), Aart (1850-1882), Jan (1876-1950), Aart (1903-1967), Jan Aart (1939) en Ageeth van Meerkerk (1966) werd het beroep in een ononderbroken lijn doorgeven tot op de dag van vandaag (2018). In 1920 nam Aart van Meerkerk (1903-1967) een schoenenwinkel in Schoonhoven over, die nu door de achter-achterkleindochter van Aart wordt gerund. Dit betekent een aaneengesloten periode van ca. 240 jaar in het schoenenvak!

 

De schoenwinkel van Aart van Meerkerk aan de Haven in Schoonhoven (nu Haven80 Schoenen).

 

Mijn grootvader Aart van Meerkerk (1890-1975) heeft verteld dat aan hem ook gevraagd was of hij belangstelling had om de schoenenwinkel in Schoonhoven over te nemen. Hij had echter voldoende zelfkennis om te weten dat hij geen geduld zou hebben met klanten die wel zouden komen kijken maar niet kopen. Hij gaf de voorkeur aan zijn bestaan als fabrieksarbeider.

 

Van Jan Hermans (1788-1837) ging het beroep over naar zijn zonen Hermanus (1817-1898) en Johannes (1821-1889). Daarna ging het beroep over naar de zoon van Johannes van Meerkerk, genaamd Gerrit (1852-1919) die van Streefkerk naar Nieuw-Lekkerland verhuisde.

 

Zijn zoon Johannes (Hannes) was schoenmaker in Nieuw-Lekkerland vanaf zeer jonge leeftijd: toen hij negen was, maakte hij al zwarte muiltjes. Hij repareerde schoenen tot twee weken voor zijn dood op 85-jarige leeftijd. Duizenden paar schoenen heeft hij gerepareerd; de laatste waren van zijn vrouw.

's Avond kwam zijn zoon nog met een reparatie. Hannes zei tegen hem: "Nee jongen, vanmiddag heb ik mijn laatste werk gedaan en mijn gereedschap schoongemaakt, mijn aardse werk is voorbij". Veertien dagen later is hij op 85-jarige leeftijd overleden.

 

Johannis had nooit AOW willen accepteren van de overheid: het vertrouwen op Gods voorzienigheid was zo belangrijk, dat hij zich niet door de mensen wilde laten helpen.

Zijn vrouw Geertruida Gijssen was de dochter van Dingenis Gijssen, de knecht van de zeer gelovige schipper Jan Geense die als prediker ook in Nieuw-Lekkerland veel volgelingen had.

Deze Jan Geense stond niet alleen: er zijn in de afgelopen eeuwen meerdere schippers in Nederland geweest met hun eigen afwijkende geloofsopvattingen (maar zonder theologische opleiding) en met hun eigen volgelingen. Deze zwaar gelovige personen worden mooi beschreven in het boek "Knielen op een bed violen" van Jan Siebelink. In de omgeving van Nieuw-Lekkerland en daarbuiten werden zo ook wel "schuurtjesmensen" genoemd omdat ze vaak in schuurtjes bij elkaar kwamen.

 

Deze schoenmaker Johannis van Meerkerk heb ik nog meegemaakt, hij was tegen mij als kind zeer beleefd. Als ik schoenen ter reparatie kwam brengen in de schoenmakerij aan de Lekdijk in Nieuw-Lekkerland zei hij altijd plechtig "Dag mijnheer Ván Meerkerk", waarmee hij ons leek te willen onderscheiden van mensen met de familienaam Meerkerk zonder "van" waarvan er in Nieuw-Lekkerland en omgeving eveneens veel wonen.

 

In Streefkerk waren Govert van Meerkerk (1777-1831), zijn zoon Hermanus van Meerkerk (1814-1898) en zijn kleinzoon Govert van Meerkerk (1847-1927) schoenmaker. De kleinzoon van Govert, Hermanus van Meerkerk (1907-1983) was schoenmaker in Streefkerk van 1931 tot 1954. Zijn bijnaam in Streefkerk was "Maan de schoenpik". Van de laatste staat de naaimachine in Historisch Museum Het Stadhuis in Nieuwpoort.

Vul voor vragen en opmerkingen onderstaand formulier in.

Voer de code in:

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.