Schoenmakers

Naast smeden heeft de familie Van Meerkerk ook veel schoenmakers voortgebracht. De overeenkomst is wellicht dat je in beide beroepen eigen baas bent en niet veel hoeft samen te werken.

De eerste Van Meerkerk waarvan we weten dat hij schoenmaker was, was Jan Hermans van Meerkerk, geboren in 1788 in Streefkerk. Zijn zoon Hermanus (1817-1898) volgde hem op. Daarna ging het beroep over naar de kleinzoon van Jan Hermans van Meerkerk, genaamd Gerrit (1852-1919) die naar Nieuw-Lekkerland verhuisde. Zijn zoon Johannes (Hannes) was schoenmaker in Nieuw-Lekkerland vanaf zeer jonge leeftijd: toen hij negen was, maakte hij al zwarte muiltjes. Hij repareerde schoenen tot twee weken voor zijn dood op 85-jarige leeftijd. Duizenden paar schoenen heeft hij gerepareerd; de laatste waren van zijn vrouw.
's Avond kwam zijn zoon nog met een reparatie. Hannes zei tegen hem: "Nee jongen, vanmiddag heb ik mijn laatste werk gedaan en mijn gereedschap schoongemaakt, mijn aardse werk is voorbij". Veertien dagen later is hij op 85-jarige leeftijd overleden.

Johannis had om redenen van geloof nooit AOW willen accepteren van de overheid.

Zijn vrouw Geertruida Gijssen was de dochter van Dingenis Gijssen, de knecht van de zeer gelovige schipper Jan Geense die als prediker ook in Nieuw-Lekkerland veel volgelingen had.

Deze Jan Geense stond niet alleen: er zijn in de afgelopen eeuwen meerdere schippers in Nederland geweest met hun eigen afwijkende geloofsopvattingen (maar zonder theologische opleiding) en met hun eigen volgelingen. Deze zwaar gelovige personen worden mooi beschreven in het boek "Knielen op een bed violen" van Jan Siebelink. In de omgeving van Nieuw-Lekkerland en daarbuiten werden zo ook wel "schuurtjesmensen" genoemd omdat ze vaak in schuurtjes bij elkaar kwamen.

 

Deze schoenmaker Johannis van Meerkerk heb ik nog meegemaakt, hij was zeer beleefd tegen mij als kind. Als ik schoenen ter reparatie kwam brengen in de schoenmakerij aan de Lekdijk in Nieuw-Lekkerland zei hij altijd "Dag mijnheer Ván Meerkerk", waarmee hij zich leek te willen onderscheiden van mensen met de familienaam Meerkerk zonder "van" waarvan er in Nieuw-Lekkerland eveneens veel wonen.

 

In Streefkerk was Hermanus van Meerkerk (1907-1983) schoenmaker van 1931 tot 1954. Zijn naaimachine staat in Historisch Museum Het Stadhuis in Nieuwpoort. 

 

Ook Aart van Meerkerk (1850-1882), zijn zoon Jan (1876-1950), zijn kleinzoon Aart (1903-1967) en zijn achterkleinzoon Jan Aart zaten in het schoenenvak. In 1920 nam kleinzoon Aart van Meerkerk een schoenenwinkel in Schoonhoven over, die nu door de achter-achterkleindochter van Aart wordt gerund. Dit is een aaneengesloten periode van zo'n 150 jaar in het schoenenvak.

De schoenwinkel van Aart van Meerkerk aan de Haven in Schoonhoven (nu Haven80 Schoenen).

Mijn grootvader Aart van Meerkerk (1890-1975) heeft verteld dat aan hem ook gevraagd was of hij belangstelling had om de schoenenwinkel in Schoonhoven over te nemen. Hij had echter voldoende zelfkennis om te weten dat hij geen geduld zou hebben met klanten die wel zouden komen kijken maar niet kopen. Hij gaf de voorkeur aan zijn bestaan als fabrieksarbeider.

Vul voor vragen en opmerkingen onderstaand formulier in.

Voer de code in:

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.