Wetenswaardigheden

Een drieling

Opmerkelijk is het feit dat onze stamvader Jan Willems en zijn vrouw Aeltje Herbertsdochter een drieling krijgen, die op 1 oktober 1631 in Meerkerk wordt gedoopt. In het doopboek wordt de vader Jan aangeduid als "smidt tot Meerkerck".

De namen van de kinderen zijn Claes, Elisabeth en Hendrik. Omdat we van de kinderen Elisabeth en Hendrik verder niets weten, is het waarschijnlijk dat deze al jong zijn overleden. Alle nu levende leden van de familie Van Me(e)rkerk stammen af van Claes van Meerkerk.

 

De Alblasserwaard onder water

Het is bekend dat de Alblasserwaard 33 keer is overstroomd.

Op 20 januari 1663 overstroomde de Alblasserwaard door ijsdammen in de rivier De Boven Merwede bij Gorkum. De waard stond daardoor het hele jaar 1663 onder water. Kennelijk zijn Claes van Meerkerk en zijn vrouw Mayke Jansdr toen uitgeweken van Meerkerk naar Lexmond en is daar hun dochter Steyntje geboren. In 1666, bij de geboorte van hun zoon Jan, waren ze weer terug in Meerkerk.

 

Hendrik van Merkerk met het Franse leger naar Rusland

Volgens Hilligje van Merkerk (1920-2009) was haar overgrootvader Hendrik van Merkerk (1791-1865) met Napoleon met het Franse leger in 1812 naar Rusland geweest. Bijzonderder nog was het feit dat hij ook weer teruggekeerd was uit Rusland, dit ondanks het enorme aantal gesneuvelden ook onder de Nederlandse soldaten. In de smederij in Leerbroek waren hiervan in 2001 nog overblijfselen aanwezig zoals een oud zwaard. Volgens het verhaal zou Hendrik van Merkerk zelfs maarschalk zijn geweest. Dit laatste lijkt onwaarschijnlijk maar het verhaal kan in de wereld zijn gekomen door de uitspraak van Napoleon dat iedere soldaat de maarschalksstaf in zijn ransel heeft. Hiermee bedoelde Napoleon dat iedere soldaat in zijn leger bij gebleken geschiktheid kans maakte op promotie, en dat dit niet was voorbehouden aan mensen met een adellijke afkomst.

Om meer te weten te komen over Hendrik van Merkerk zou onderzoek gedaan moeten worden in het archief van het Franse leger in Vincennes (Parijs).

 

Aart van Meerkerk verdronken

In het Politieblad van 1868 wordt vermeld:

De burgemeester van Lexmond berigt dat op 29 feb. jl. in de rivier de Lek, nabij die gemeente, een schip is gezonken, waarbij zijn omgekomen:

- Aart van Meerkerk, oud 19 jaren, schippersknecht, wonende te Streefkerk, lang 1.75 el;

  kleeding: witte boezeroen, verstelde broek en lage schoenen, en;

- Johan Hendrik Peper, oud 9 jaren, wonende te Culemborg

  Indien hunne lijken worden ontdekt, wordt daarvan ten spoedigste berigt verzocht door den burgemeester voornoemd.

 Voor het opvisschen van ieder lijk is eene premie van f 15 uitgeloofd.

 

Enige tijd later wordt in de Lek bij Tienhoven een lijk gevonden dat door de ouders wordt geïdentificeerd als zijnde van hun zoon Aart van Meerkerk.

 

Bij het doornemen van genealogische informatie komt het regelmatig voor dat iemand is verdronken, niet alleen in de rivier maar ook de poldersloten in de streek konden gevaarlijk zijn. Vaak kon men niet zwemmen.

Zo verdronk ook mijn overgrootvader Arie van Meerkerk (1840-1892) doordat hij uit een schouw in de sloot viel. Dit was extra betreurenswaardig omdat hij volgens de overlevering kort daarvoor de toezegging had gekregen dat hij zetboer kon worden op de boerderij in Streefkerk waar hij knecht was.

Vallen uit een schouw kon gebeuren doordat een schouw nogal kan wiebelen maar ook doordat het prikijzer van de "kloet" (de vaarboom waarmee de schouw werd voortbewogen) vast kwam te zitten in het hout aan de slootkant waartegen werd afgezet.

 

Johannes van Meerkerk in Veenhuizen

Omdat de archieven van de strafkolonie Veenhuizen nu openbaar zijn, weten we dat ons familielid Johannes van Meerkerk, geboren in 1881 in Rotterdam, van beroep metselaar, opgenomen is geweest in Veenhuizen. De reden was bedelarij. Hier foto's van hem en zijn signalementskaart.

 

De economische invloed van Rotterdam

Bij de keuze van de woonplaats van diverse leden van de familie Van Me(e)rkerk, maar niet alleen bij hen, is de economische uitstraling van de haven van Rotterdam goed zichtbaar. Geleidelijk ziet men door de eeuwen heen een verschuiving van de woonplaats richting het westen van de Alblasserwaard. Als je een dorp westelijker iets meer kunt verdienen, onder andere door de aanwezigheid van de scheepswerven in Alblasserdam en Kinderdijk (die zich daar bevinden onder invloed van de haven van Rotterdam), waarom zou je dat dan niet doen? Daarbij lijken de rivieren een soms moeilijk te nemen barriere te zijn, met als gevolg een "opstuwing" in de noordwestelijke punt van de Alblasserwaard, in Alblasserdam!

Zo verplaatste mijn tak van de familie Van Meerkerk zich in de loop van twee eeuwen en zeven generaties van Leerbroek, via Streefkerk en Nieuw-Lekkerland naar Alblasserdam.

Mijn grootvader Aart van Meerkerk deed dit letterlijk door aanvankelijk de afstand van zijn woonplaats Streefkerk naar zijn werk in Kinderdijk (8 km) te lopen.

 

Een grote tak van de familie Van Meerkerk is via Leerdam en Dordrecht in Rotterdam terechtgekomen.

 

Een ander voorbeeld is een tak van de familie Van Merkerk die vanuit Leerbroek, via de route Nieuwpoort, Lekkerkerk en Alblasserdam eveneens in Rotterdam is terechtgekomen. 

 

Later zien we in veel gevallen dat, waarschijnlijk als gevolg van de toegenomen welvaart en de niet altijd optimale leefomstandigheden in de grote stad, deze weer verlaten wordt en men naar omringende gemeenten met een beter leefklimaat verhuist.

 

Tegenwoordig waaieren de afstammelingen van de familie Van Meerkerk uit over het hele land en incidenteel komen ze ook in het buitenland terecht.

 

Cornelia van Meerkerk in de problemen

Over Cornelia van Meerkerk (in 1744 geboren als dochter van Govert van Meerkerk en Jacomijntje Koek) het volgende opmerkelijke verhaal uit het notulenboek van de Hervormde Kerk in Leerbroek (met dank aan Loek de Jong).

 

Notitie van voorgevallene zaken met Bernardus de Jong, bedankt Diacon en gecensureerd lidmaat.  

Alzoo er in den Jare 1773 in het laatst van September en het begin van October een zeker gerucht onder de gemeente gong, van dezen inhoud, dat Cornelia van Meerkerk, ongehuwd dogter van Govert van Meerkerk, Smitsbaas op Leerbroek, swanger was by Bernardus de Jong, Diacon van deze plaats en zulks door gemelde vrouwspersoon zelve geaffirmeerd wierd, hebben wy, leden des kerkeraads in het begin van November deszelven jaars eene vergadering belegt en gehouden om onzen beschuldigden broeder zulks voor oogen te houden, en waarheid zynde, daarvan te overtuygen, of onwaarheid zynde, tot zuyvering van zigzelven aan te sporen, ten eynde de ergenisse uyt de gemeente geweerd mogte worden, die er reeds gekomen was. Dan, als hy compareerde, en van ons onderhouden wierd, ontkende hy met één woord alles, ’t geene men hem ten laste leide, zulks in tegenwoordigheid van het vrouwspersoon (welke wy goedgevonden hadden in zyn presentatie te laaten komen om hem zoo veel te eerder tot overtuyging te brengen), zeggende: de menschen kunnen zooveel zeggen, edog zulks is daarom geene waarheid, en wat aanbelangd de beschuldiging en verklaring van Cornelia zelven, deze is ongeloofbaar en kan geene getuigenis geven, want zy is een egtbreekster, meineedigster en diergelyk, doelende mogelyk op het geval, dat aangetekend staat in het trouwregister anno 1769,maand October 13. Wanneer wy, na deze partyen over en weer lang gehoord hebbende, merkten niet te vorderen, laten wy eerstens het vrouwspersoon heengaan, onderhielden onzen broeder op eene allerernstigste wyze, en bepaalden hem by zyn gewisse en een alwetend opperwezen, met byvoeging, wen hy zuyver was, dat hy zich zoude, ja moeten zuyveren zoodra mogelyk was, ’t geene hy aannam, en waarop de vergadering scheide. Edog, na verloop van eenige maanden meer dan allerklaarlykst blykende, dat gemelde vrouwspersoon swanger was, wierden de suspiciën gegronder en de ergernisse in de gemeente (want hy Diacon zig toen nog niet gepurgeerd had, uit hoofde zulks niet eerder op advies van Politiquen, kon geschieden voor en alleer het vrouwspersoon bevallen was) erger en er was byna niemand of hy dagt, dat de beschuldigde naar waarheid verdacht gehouden wierd, gelyk by de uytkomst bleek, want daags voor het kerke-bezoek, ’t welke gedaan wierd door de weleerwaardige Heeren P. Meesters, predikant te Blokland en Leonard van Meerten, predikant te Arkel, stelde ik onder vier oogen gemelde Diacon de zaaken voor op eene ernstige wyze en kreeg hem tot schuldbekentenisse, gelyks ook daags daarna gemelde Heeren Visitatoren, welke hem voorhielden haar te trouwen. Edogs zulks weigerde hy, voorgevende dat het nog tyd genoeg was en dat hy het, indien hy daartoe overging, niet eerder zoude doen voor en alleer zy bevallen was, waarop gemelde Heeren Visitatoren, benevens de Kerkeraad hem uyt hoofde zyner onwilligheid, de facto wilden afzetten, van zyn benoemen ontslaan en voor 1 jaar en 6 weken onder censure leggen; dan, na de zaken een weinig bedaarder beschouwd hebbend, oordeelde men, dat het beter zoude zyn, hiermede nog eenige weken te wagten, om te zien hoe hy Diacon zich zoude gedragen, of hy haar trouwen zou en door een boetvaardig gedrag metterdaad blyken geven van berouw en leedwezen te eynde hy (mits 6 weken zyn ambt niet waarnemende en buyten de Diaconsbank onder het gemeen zittende ter bywoning van de openbare godsdienst) in zyne bedieninge mogte volharden; tenminste men oordeelde, dat het het voorzigtigste zoude weezen eerst het advies van de classis Gorinchem te hooren, eer men hem afbedankte of op even genoemde wyze behandelde. Dit ook zouden wy gedaan hebben, had niet gemelde broeder van dien tyd af zoo ergerlyk gedragen, dat wy leden des kerkeraads ons genoodzaakt vonden om hem (zelfs eer wy het advies van de classis ingewagt hadden) te deporteren, voor 1 jaar en 6 weken by provisie te censureren en rekening te laten doen van zyne administratie (want hy regeerde), gelyk wy hem alsdan ook op de 20. Juny dezes jaars op de gewone plaats en wyze hebben gedeporteerd, voor 1 jaar en 6 weken gecensureerd en 18 dagen daarna rekening laten doen in onze aller tegenwoordigheid, waarmee wy ook genoegen namen en hem quitantie gaven. Dit alles is accoord het gebeurde gelyk wy getuygen met onze aller handteekeningen. Dit alles in tegenwoordigheid van my G.A. Odé Eccls. Leerbroek 

Leerbroek, 29 Juny 1774"

 

Op 26 juni 1774 was Cornelia van Meerkerk al bevallen van dochter Neeltje de Jong.

Kort daarna, op 8 juli 1774, trouwde Bernardus de Jong alsnog in Leerbroek met Cornelia. Bernardus hield zich dus aan zijn belofte.

 

Vul voor vragen en opmerkingen onderstaand formulier in.

Voer de code in:

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.